Donderdag 15 januari 2026
OP REIS MET ZAP, langs duurzame, groene initiatieven
De connectie tussen mens en natuur is essentieel – voor ons eigen welzijn én voor dat van de natuur!
Om deze relatie echt zichtbaar en voelbaar te maken heeft ZAP de deelnemers meegenomen op reis: donderdag 15 januari 2026, van 13.30-17.00 uur. Deze excursie werd georganiseerd in het kader van het landelijke Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp (ARO). Vanuit een ruimtelijk perspectief gingen we op zoek naar de symbiose tussen stad, mens en landschap. Wat versterkt deze relatie? En waar zien we dat vandaag al tot bloei komen?
We startten in de stad op het stationsplein naast de Passerelle. Daar kregen we als aftrap van de excursie een toelichting van Saline Verhoeven, landschapsarchitect Gemeente Zwolle op de klimaatadaptieve en natuurinclusieve groene inrichting van het Stationsplein (Centrumzijde), de Passerelle en de Hanzelandzijde. Zij vertelde over de historie van Zwolle als groenste stad van Europa. Zwolle is een groene vingerstad met als kwaliteit dat het groen ver doordringt in het stedelijk gebied tot aan het centrum van de stad. Het huidige, noodzakelijke beleid is het klimaatadaptatief en natuurinclusief maken van de stad, waar Zwolle al veel stappen in heeft gezet en waarvan het Stationsplein een prachtig voorbeeld is, hoe deze maatregelen daarnaast ook een belangrijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid van de stad. Tenslotte lichtte zij het toekomstperspectief van de stad toe met de ‘’sponsstrategie’’ (waarin Zwolle op regionale schaal het voortouw neemt), (extra) groenblauwe verbindingen in de stad en urban rewilding (toe te passen in de nog te ontwikkelen Spoorzone). Urban rewilding houdt in dat in aanleg en beheer van het groen, waarbij zoveel mogelijk ruimte is voor natuurlijke processen. In Hanzeland experimenteert de gemeente vooruitlopend op de ontwikkelingen in de Spoorzone alvast op kleine schaal met het aanleg en natuurlijk beheer van een rivierenlandschap als stedelijk groen, met beplanting, die karakteristiek is voor de nabijgelegen IJsselzone.
Na de rondwandeling over de Passerelle en langs de urban rewilding proeftuin (duur: 30 min.), konden de deelnemers in de elektrische bus stappen, die klaar stond achter het station.
In de bus reden we richting de IJssel (Vreugderijkerwaard) via Spoolde. IJsselkenner Wim Eikelboom gaf gedurende de rit (duur: 20 min) een toelichting op het IJssellandschap (waar we op dat moment doorheen reden), de uitvoering van het project ruimte voor de rivier in relatie tot de recente nabijgelegen stedelijke ontwikkelingen. Wim is ook betrokken bij het ruimtelijk Onderzoek: Drinkbare IJssel, een grensverleggend perspectief. We stapten uit bij de Vreugderijkerwaard, waar we de dijk opliepen. Vanaf de dijk is prachtig zicht over de Vreugderijkerwaard en de IJssel. Daar kregen we ( in weer en wind) een verdere toelichting op de bijzondere flora en fauna, die zich in (relatief) korte tijd in de Vreugderijkerwaard hebben ontwikkeld en gevestigd. Ook het kansen en de frictie tussen toerisme en natuur werden benoemd. Meer informatie is te luisteren op de podcast: https://podcastluisteren.nl/pod/IJsselverhalen
Na de lezing van Wim liepen we naar schapenboerderij de Vreugdehoeve, waar de deelnemers ontvangen werden met warme koffie en thee ( wat erg aangenaam was na de frisse wandeling). In de ontvangstruimte met zicht in de stal gaf Diewer Duijf van And the People een lezing over het belang van de bodem in het ontwerp van nieuwe wijken naar aanleiding van het ruimtelijk onderzoek ‘Bodemsturend Ontwerpen, Aarden in nieuwe wijken., wat is uitgevoerd door And the People. Dieuwer hield een filosofisch betoog over hun onderzoek, waarin ze de bodem bijna letterlijk voelbaar, tastbaar en hoorbaar hebben geprobeerd te makend. En door zich voor te stellen hoe het zou zijn om als plant of boom in verbinding te staan met de bodem, waarbij de stofwisseling van jou als organisme buiten jezelf plaats vindt (namelijk in de bodem), wat de enorme afhankelijkheid en sterke verbinding aangeeft tussen planten, bomen en de bodem. Daarnaast hebben ze inheemse volkeren bestudeerd, die nog veel meer als de moderne mens in verbinding staan met de natuur. De kennis uit hun onderzoek hebben ze vervolgens toegepast in projecten, waarbij ze bewoners weer in verbinding brachten met hun omgeving. Door mensen te betrekken bij het ontwerp en beheer van hun woonomgeving, waarbij ze weer konden wroeten in de bodem brachten ze bewoners weer in verbinding met de bodem en de natuur. Een prachtig voorbeeld waarbij leefbaarheid, gemeenschapszin en natuur samen worden gebracht.
Na de lezing vervolgden we onze weg naar de nieuwbouwwijk De Tippe, waar de Groene Burenhof in aanbouw is. De Groene Burenhof bestaat uit huurwoningen van corporatie Openbaar Belang en koopwoningen en appartementen, die zijn ontworpen in opdracht van de bewonersvereniging de Groene Buren. In de bus gaf architect Pieter Diks van De Bruin Architecten een toelichting op het ontwerp. Het project maakt deel uit van het stedenbouwkundig plan De Tippe, waar duurzaamheid bij de opzet al de basis vormde. In het project zijn samen met de bewoners (en op initiatief van de bewoners) zo duurzaam mogelijke keuzes gemaakt. De woningen van de Groene Burenhof liggen rondom de gezamenlijke groene hof en zijn biobased (houten constructie en gevels). Er is rekening gehouden met verschillende wensen van de bewoners vanaf de eerste schetsen. De appartementen hebben een gemeenschappelijke ruimte grenzend aan de collectieve tuin. De woningen krijgen groene daken en de collectieve tuin wordt (nog) natuurlijk ingericht. Een prachtig voorbeeld, waarbij natuur en wonen samen komen.
Na de prachtige rondleiding door Pieter Diks en een van de toekomstige bewoners en initiatiefnemers om en door het gebouw stapten we weer in de bus richting de Kas van Kaat.
Onderweg kregen we een toelichting op het ecologisch groenbeheer van de gemeente Zwolle door ecoloog Evert Ruiter. Hij vertelde over de beleving van natuur in de stad. Dat we graag op vakantie gaan en dan genieten van de ruige natuur, maar in de stad alles graag aangeharkt willen zien. Dat we ons er meer van bewust moeten worden, dat natuur dichtbij ook heel mooi kan zijn. Hij vertelde ook over de soorten, die van nature graag voorkomen in het stedelijk gebied, zoals gierzaluwen en duiven, maar ook dat andere soorten zich steeds meer aanpassen aan de stedelijke omgeving. Zo is er een duidelijk verschil tussen de stadsmerel en de oorspronkelijke schuwe bosmerel, die hij eigenlijk was. De stadsmerel is niet schuw, fluit anders en op andere tijden, waardoor deze ondertussen als een andere ondersoort wordt beschouwd. Dit effect van aanpassen of vluchten naar de stad vindt ook plaats door de intensieve bemesting en het gebruik van bestrijdingsmiddelen op het platteland, waardoor sommige soorten een beter leefmilieu in de stad vinden. Zo vertelde hij, terwijl we over de IJsselallee reden, dat daar in de berm de zeer zeldzame Koninginnepage-vlinders voorkomen. Dat deze vlinders eigenlijk van nature in de omgeving van Zwolle voorkomen/kwamen, maar zich nu meer senang voelen in de stad. De gemeente ondersteund dit door deze bermen natuurlijk te beheren en passende nectarrijke beplanting toe te voegen, waar deze soort van houdt.
Aan het eind van de lezing kwamen we aan bij de Kas van Kaat, waar we naast een hapje en een drankje een toelichting kregen op het verbouwen van grondstoffen voor biobased bouwmaterialen door boer Gerard Stroek.
Samen met zijn kinderen, die mede op afstand meebeslissen over de toekomst van de boerderij heeft hij besloten om biologisch te gaan boeren. Hierbij verbouwt hij naast ‘’vergeten’ groenten, ook stro en olifantsgras als grondstof voor duurzame bouwmaterialen. Olifantsgras is een gewas dat weinig beheer vraagt, maar wel ca. 8 – 10 jaar om tot wasdom te komen. Het volgende probleem is dat er nog te weinig vraag is naar de producten ( bijvoorbeeld plaatmateriaal van olifantsgras) en dus ook te weinig afzetmarkt voor de grondstoffen. Stro, als afvalproduct, wordt veel gebruikt als isolatiemateriaal en is makkelijker af te zetten, maar ook deze markt is snel verzadigd, omdat meer boeren dit kunnen produceren. Kortom het verdienmodel als biologische akkerbouwer is nog geen vanzelfsprekendheid, waardoor jonge boeren ook minder snel hier op over durven te stappen. Gerard produceert ondermeer stro voor het bedrijf Strobox dat duurzame strowoningen in ondermeer Olstergaard in Olst heeft gebouwd. https://strobox.nl/projecten/klein-maar-fijn-olstergaard/. Gerard Stroek is ook aangesloten bij building balance, die de keten ondersteund van land tot pand. https://hierinsalland.nl/van-land-tot-pand-sallands-stro-voor-biobased-bouwen/
Na het inspirerende en persoonlijke verhaal van Gerard bracht de bus iedereen weer terug naar het station.
in samenwerking met 

